Geschiedenis van Taba en het Sinaï schiereiland:
In de Egyptische oudheid was het Sinaï schiereiland van weinig belang, behalve als verplichte volgweg voor de geregelde veroverings- en strooptochten van de farao's in het nabije oosten. Na het ontstaan van het Christendom werden echter verschillende belangrijke kloosters opgericht in de woestijn, waarvan enkelen nog steeds bestaan.
De Sinaï wordt pas wereldbekend door de Jom kipoer oorlog tussen Egypte en aartsvijand Israël in 1948, slechts twee jaar na de oprichting van deze Joodse staat. De bestandslijn tussen deze beide landen bepaalde dat Taba aan de Egyptische zijde van de grens lag en toen Israël zich in 1957 terugtrok uit de bezette Sinaï werd het onbetekenende Taba ook weer overgeleverd aan Egypte.
Slechts 10 jaar later besliste de Egyptische president Nasser echter de straat van Tiran af te sluiten en Israël hierdoor de toegang tot de Rode Zee te ontzeggen. Het onmiddellijke gevolg van deze aktie was de Arabisch-Israëlische zesdaagse oorlog, waarbij Israël opnieuw het Sinaï-schiereiland veroverde en opnieuw bezette. De aan de Rode Zee gelegen vissersdorpjes van de Sinaï, met op kop
Sharm el Sheikh, werden voor het eerst op kleine schaal ontwikkeld voor het toerisme door de Israëlische bezetters. Ook in Taba verscheen het eerste toerisme, onder de vorm van militairen met weekendverlof die hier hun schaarse vrije uren kwamen doorbrengen.
Toen het schiereiland eind jaren '70 onder voorwaarden van een vredesverdrag opnieuw werd overgedragen aan Egypte, was Taba echter één van de twistpunten en bleef het nog jarenlang onder Israëlisch gezag. Israel claimde dat Taba aan de Ottomaanse zijde lag van een grensverdrag uit 1906 tussen het Ottomaanse rijk en het Britse Rijk en dat het dus een fout had gemaakt in het vroegere vredesverdrag uit 1957. Na een lang dispuut werd het geschil voorgelegd aan een internationale commissie, bestaande uit een Egyptenaar, een Israëli en drie neutrale buitenstaanders. Deze commissie sprak zich in 1988 uit in het voordeel van Egypte en Israël gaf Taba in datzelfde jaar nog terug aan Egypte. Een clausule van dit laatste verdrag bepaalt echter dat Israëli zich gedurende 48 uur zonder visa in Taba mogen bevinden, waardoor dit reeds snel uitgroeide tot populair weekendverblijf en gokparadijs voor veel Israëli's.
Tegenwoordig is Taba een gerenomeerde badplaats met een intenationale luchthaven en vele resorts uit de bekende hotelketens. Honderduizenden toeristen overnachten jaarlijks in deze toeristische trekpleisters langs de Golf van Aqaba.